Si-o-seh Pol, brug met 33 bogen

Iran in 2 weken, een reisverslag

Blog

Teheran – ma 12/10, 6.53 am
Goeiemorgen,

Ik was eigenlijk niet van plan om een verslag bij te houden. Ten eerste omdat ik geen laptop bij me heb, maar ook omdat de (internet-)verbindingen hier doorgaans slecht of afwezig zijn. Maar goed, ik ben tot nu toe iedere ochtend eerder wakker dan Rik (hij snurkt, stevig doch tevreden) dus ga ik toch maar het één en ander opschrijven.

In de nacht van vrijdag op zaterdag kwamen we rond middernacht aan in Teheran. Aldaar werden wij, zoals afgesproken, opgehaald door Golshan, een vriend/neef van Sanam (de vader van Selina, een ex van Rik (Selina, niet haar vader)).
Golshan stond netjes klaar met een bordje met ‘mr Rik’ in z’n handen en een grote glimlach op z’n gezicht. Een klein voorteken van wat later de enorme gastvrijheid van de Iraniërs zou blijken.

Nadat we onze bagage van de band hadden gehaald, was het tijd om geld te wisselen. Ondanks dat er hier op iedere hoek van de straat een bank zit, kunnen wij hier niet pinnen. Ons volledige vakantiebudget hebben we dus cash bij ons in euro’s.

En deze euro’s zijn per stuk zo’n 38.000 rial waard. Pa en ma, jullie kunnen ophouden met je zorgen te maken, jullie zoon is miljonair. En goed ook!
Zeer verwarrend echter, men rekent hier af in toman. Eén toman is tien rial. Dit omdat er anders teveel nullen zouden zijn. Op deze manier zijn de meeste prijzen in tien- tot honderdduizenden toman in plaats van honderdduizenden tot miljoenen rials. Ofwel, van mij hadden ze nog wat meer nullen mogen doorstrepen.
Enfin, iedere keer als we goedkoop denken uit te zijn, blijkt de prijs in toman te zijn weergegeven, en andersom.

Na een rit van een uur komen we aan in ons hotel. Alhoewel het een uur of één is, besluiten we tot een nachtwandeling om een eerste indruk op te doen.
Teheran bij nacht lijkt uitgestorven. We komen in een uur tijd niet meer dan tien mensen tegen, die zich allen bezighouden met het vegen van straten of opruimen van vuilnis. Verder maakt de stad een vredige indruk.

De volgende dag slapen we uit tot negen uur, om vervolgens na een ontbijt van zoete oploskoffie en flatbread met gekookt ei, de bus naar de Teheran Bazaar te pakken.

De pret begint bij de lobby van het hotel waar we geld willen wisselen voor de bus (ervan uitgaande dat de chauffeur geen half miljoen zal accepteren). Een andere hotelgast die toevallig in de lobby staat, geeft aan de bus voor ons te betalen. Hierover is geen discussie mogelijk. Zonder blikken of blozen geeft hij ons een briefje van duizend (ofwel honderd toman). Noem me gierig, maar zulke coupures zul je mij in Nederland niet snel zien weggeven.
De pret gaat verder bij het accepteren van zijn geste. Er bestaat in Iran iets wat ta’arosh (oid) heet. Dit is een absurde beleefdheids-/omgangsvorm, die voor buitenstaanders niet te begrijpen is. Een voorbeeld, als je een taxi neemt, kan het zomaar zo zijn dat de chauffeur aanbiedt dat je niet hoeft te betalen. Jij wordt dan geacht toch geld aan te bieden. Hij zal dit weigeren. Jij dringt aan, en hij weigert weer. In plaats van je spullen te pakken en de taxi uit te stappen, zul je moeten blijven aandringen tot hij accepteert (natuurlijk is de taxi niet gratis!). Anders krijg je een blik van onbegrip, en ben je een enorm asociale vent, waarover over menig kopje thee zal worden nagepraat.
Ofwel, als iemand ons geld aanbiedt voor de bus, is dit dan ta’arosh, of gewoon oprecht?!
Wij houden als vuistregel aan, drie keer aandringen. Anders is het hun eigen schuld.

In de bus kletsen we wat met een oude man die ons uitlegt waar we moeten uitstappen. Men is bijzonder geïnteresseerd in ons, en we hebben dan ook veel aanspraak.

Aangekomen bij de bazaar, gaan we deze enthousiast met gestrekt been in. Hij blijkt echter zo groot en onoverzichtelijk, dat het niet echt te doen is om alles te zien. Na een paar uur geven we het op, en besluiten we te gaan lunchen.

De immense en bruisende bazar van Teheran

De immense en bruisende bazaar van Teheran

Naar de Amerikaanse sancties moeten we hard op zoek, als ik bij m’n broodje hotdog niks anders kan bestellen dan Pepsi of coca-cola. Van [met met amrika] (=dood aan Amerika), is in het straatbeeld weinig te zien.

Na de lunch gaan we een uurtje in het park liggen, Om vervolgens naar het Iran ebrat museum te lopen. Hier wordt in weinig verhullende installaties uitgebeeld hoe de geheime dienst van de sjah, haar tegenstanders martelde en tot bekentenissen dwong. Goed dat we van tevoren geluncht hadden.

Om de beelden uit ons hoofd te krijgen, besluiten we tot een bakkie koffie en een potje schaak. Terwijl na een klein half uur het tweede partijtje op z’n einde loopt, vertelt Rik me dat hij vroeger lessen heeft gehad. Ik neem mezelf dan ook niks kwalijk.

Als laatste op de agenda wandelen we naar de voormalige Amerikaanse ambassade, die nu is ingericht als spionage museum (de film Argo gezien? Zo niet,doen!).
Deze is volgens de lonely planet slechts tien dagen per jaar open, en nu dan ook gesloten.
Terwijl we de propagandistische muurschilderingen bestuderen, komen we Atbin tegen. Atbin is rechtenstudent, en op weg naar het ‘artist park’, en hij nodigt ons uit om mee te gaan.

Dit blijkt hetzelfde park te zijn waar Rik en ik de vorige nacht nog aan het wandelen waren. Nu is er echter een dansvoorstelling bezig. En in het gebouw dat gister gesloten was, blijkt een grote expositie van Iraanse kunstenaars bezig te zijn.

Na zoveel cultuur is het tijd om wat te eten.
Atbin en z’n vriendin nodigen ons uit hen te vergezellen bij een bordje van hun lievelingseten [kalle patsje]. Dit klinkt heerlijk, maar blijkt bij aankomst schapenhoofd te zijn.
Het restaurant serveert niks anders, dus moeten we er maar aan geloven.

[kalle patsje], ofwel kop en poten

[kalle patsje], ofwel kop en poten

Onderweg naar huis stoppen Rik en ik voor een Islamic beer (alcoholvrij bier, hier overal verkrijgbaar) en een qalyan (waterpijp).

Qalyan roken terwijl we op onze drankbestelling wachten.

Qalyan roken terwijl we op onze drankbestelling wachten.

Terwijl we Turkije van Tsjechië zien winnen, besluiten we dat het tijd is om te gaan slapen.
Het is inmiddels 8.05, en ik moet echt gaan opstaan. Een beknoptere samenvatting van dag twee dus:

We checken uit en pakken een taxi naar Golshan.
Na een uitgebreide ontvangst met thee, nemen hij en z’n vrouw ons mee uit lunchen in het noordelijkste puntje van Teheran, op 2000 m hoogte in de bergen.
Vervolgens bezichtigen we de tajrish (=grote baard) bazaar en gaan we terug naar huis.
Golshan staat erop dat we blijven logeren, dus drinken we wat arak seggi (=honden vodka, lokaal gestookte drank), luisteren muziek, eten nog wat en gaan vervolgens slapen.

In Nederland een droog biscuitje, in Iran een lopend buffet

In Nederland een droog biscuitje, in Iran een lopend buffet

Zometeen brengt Golshan ons naar Isfahan.


Onderweg naar Isfahan, 12/10, 15.38

Zoals eerder gezegd, brengt Golshan ons vandaag naar Isfahan. Een tocht van een paar honderd km, dus een lift is wel lekker.
Vanochtend na het ontbijt zijn we in z’n auto gestapt en op weg gegaan.

Golshan houdt van muziek. Hij heeft daarin een uitgesproken en opmerkelijke voorkeur.
Zowel qua genre als volume. Zo komt het dat we vandaag begeleidt worden door een medley van Amerikaanse en Europese hitjes uit de jaren 70 t/m nu. Dit alles met een volume dat het onmogelijk maakt met elkaar te communiceren. Maar daar laat niemand zich door tegenhouden.

De rit leidt ons dwars door de woestijn. Een dor maar prachtig landschap, dat Rik en ik nog nooit eerder hebben gezien.

Onderweg naar Isfahan

Onderweg naar Isfahan

Nabij Qom maken we een stop om te tanken. Het tankstation is een soort tourist-trap om argeloze toeristen allerlei lokale producten te laten kopen. Wij zijn toeristen en argeloos, dus kopen we voor een half miljoen rials (=50.000 toman) aan sohan. Sohan is een caramelachtige koek, al dan niet gevuld met noten of nougat (gaz). Erg zoet, daar schijnen de Iraniërs van te houden.
Volgens Golshan is Qom het Islamitsche Vaticaan van Iran. Waar ik bij een tweeweekse rondreis door Italië het Vaticaan zeker aan zou doen, laat Golshan stellig weten dat we Qom niet in gaan. Veel te Islamitisch.
Buiten Qom passeren we een aantal kleine typische woestijndorpjes, totdat we rond twee uur aankomen in Kashan.
Kashan schijnt een bezienswaardigheid te herbergen die de moeite waard is. De tuinen van Fin.
Deze tuinen zijn na een aardbeving in de zestiende eeuw hier opnieuw opgebouwd. Ze staan op een natuurlijke bron, die via een vernuftig kanalensysteem met meer dan 160 fonteintjes de boel nat houdt. Verder zijn ze bekend omdat in de 19e eeuw nationale held en premier Amir Kamir hier is vermoord. Omdat ie de boel probeerde te moderniseren, uiteraard.
Daarbij heeft Unesco deze tuin op de werelderfgoedlijst staan, omdat het een klassiek voorbeeld van een Perzische tuin is.
Mooi tuintje, al had al die ophef van mij niet gehoeven.

De tuinen van Fin

De tuinen van Fin

Na de tuinen eten we een lamskebab, terwijl een straatgoochelaar pogingen doet ons te amuseren. Het straatkatje dat een vlieg probeert te vangen slaagt hier beter in. Ofwel, in Riks woorden; “Ik heb hier een hekel aan.”

Weer valt op hoe overal waar we komen, iedereen geïnteresseerd is in ons. Zonder opdringerig of vervelend te zijn, spreken mensen ons regelmatig op straat aan.
Waar we vandaan komen? Holland, ohja. Of we daar dan met dollars betalen of euro’s. Of we Dennis Bergkamp kennen. Ja? Oh, maar niet persoonlijk? Zeg dan geen ja!
Enfin, zelfs ik val ondanks m’n baardgroei makkelijk uit toom en hoef me zodoende niet te vervelen op straat.

Genoeg aanspraak en zo nu en dan een fotootje

Genoeg aanspraak en zo nu en dan een fotootje

Inmiddels zijn we alweer een uur onderweg. Over nog zo’n twee uur zouden we aan moeten komen in Isfahan.
Hoe ik er bij zit? Terwijl op zo’n 1700m hoogte het indrukwekkende bergachtige, woestijnlandschap aan ons voorbij trekt, zorgt de combinatie van Golshans verouderde schokdempers en de onregelmatigheden in het gloednieuwe wegdek er af en toe voor dat we een vonkenregen achter ons laten. Elke keer als de bodem van onze oude Peugeot het asfalt raakt, wordt de vrachtwagenchauffeur achter ons op een spectaculair vuurwerk getrakteerd.
Ondertussen maakt een luidruchtige gitaarsolo van Led Zeppelin dat ik werkelijk geen idee heb of Rik, die voor me zit, tegen mij of tegen Golshan aan het praten is. Ik zie z’n mond bewegen, hopelijk vraagt ie of het iets zachter mag, wie weet.
Een stukje steenslag heeft net een flinke ster in onze voorruit geslagen, maar dat is geen probleem. Schijnt makkelijk te repareren zijn, aldus Golshan.
Eerder passeerden we een kerncentrale. Hiervan mogen absoluut geen foto’s gemaakt worden, dit zou ons zomaar flink in de problemen kunnen brengen.
Dit geldt niet voor een kleurrijk betegelde moskee op een bergtop die steeds dichterbij komt. Snelweg of niet, Golshan zet z’n auto even aan de kant voor een foto. Ik weet niet of het gaat lukken met de laaghangende zon, maar ik ga het toch maar even proberen.

 

Isfahan, 13/10, 23.37

Gisteren rond zes uur kwamen we aan in Isfahan.
We hebben hier maar anderhalve dag, dus moesten we meteen aan de bak.
Nadat we ingecheckt hadden en omgekleed waren, was het buiten al flink aan het schemeren.
We besloten daarom de bruggen te gaan bekijken, die schijnen savonds het mooist te zijn.
Door Isfahan loopt de Zayandeh. Deze rivier staat al zo’n vier jaar droog (hoe lang blijven ze het nog een rivier noemen?). Volgens sommigen is dit de schuld van de Amerikanen (zie; “onze man in Teheran”), maar volgens de mensen die wij spreken komt het omdat het al lang niet meer geregend heeft.

Hoe dan ook, deze rivier loopt dwars door de stad, en is dan ook op vele plekken overbrugd. Een aantal van deze bruggen zijn er al eeuwenlang, en tegenwoordig mooi uitgelicht. We beginnen bij de Si-o-seh Pol (brug met 33 bogen), die in het verlengde van de straat van ons hotel ligt. Dit is met 298m de langste van het stel, en erg mooi om te zien. Zeker ook omdat je hem ook vanuit de ‘rivier’ kan bekijken.

Si-o-seh Pol, brug met 33 bogen

Si-o-seh Pol, brug met 33 bogen

Hierna gaan we door naar de Pol-e Chubi (Chubi brug) die met 150m en 21 bogen, schril afsteekt naast z’n grote broer.

De Pol-e Khaju is de laatste die we bezoeken, en de meest spectaculaire van het stel.
Met 110m weliswaar de kortste, maar door z’n twee verdiepingen en mozaïekwerk maakt ie de grootste indruk.

Alle bruggen zijn een populaire trekpleister voor locals die er muziek maken, picknicken en hun waterpijp roken. Wij hebben veel honger, dus gaan op zoek naar iets te eten.

In Iran wordt enorm veel fastfood gegeten. De grote Amerikaanse ketens zijn hier natuurlijk niet te vinden, maar alles wat ze serveren wel. En dan met een Iraanse twist.
Ik bestel een broodje falafel (when in Rome..), maar Rik trekt de stoute schoenen aan en bestelt ‘snack’. Maar liefst drie stuks. Mijn broodje smaakt prima. Riks snacks blijken een soort hele dikke tosti’s, gevuld met flarden industrieel verwerkt slachtafval en veel kaas. Daar overheen zit zoveel mayo en ketchup dat het brood niet meer zichtbaar is.

Na dit koningsmaal, is een flinke wandeling geen overbodige luxe. We dolen nog tot een uur of één rond op zoek naar een leuk café. Dit mislukt, en dus gaan we naar bed.

De volgende dag beginnen we in de bazaar. Een stuk mooier en rustiger dan die van Teheran. Laatstgenoemde zou groter zijn, maar ook aan deze lijkt geen einde te komen. Alles lijkt op elkaar en meer dan eens moeten we de weg vragen omdat we geen idee hebben waar we zijn. Ik moet er wel bij zeggen dat ook hier weer, de honderden stalletjes eigenlijk niets verkopen dat we willen hebben.
Leuk wel, vanuit de bazaar loop je rechtstreeks in een aantal mooie bezienswaardigheden, waarmee deze dan ook een goede ader is voor een lange wandeling.

Kruiden en specerijen in de bazaar in Isfahan

Kruiden en specerijen in de bazaar in Isfahan

We beginnen bij weer een Unesco tuin, imam Nagshe Jahan square en gaan vervolgens langs Malek Timcheh, waarvan we niet weten wat het is, maar deze ruimte die volledig bedekt is met houtsnijwerk en mozaïek is zeker de moeite van het bezoeken waard.

Nagshe Jahan square

Nagshe Jahan square

Via de oudste moskee van Isfahan, Masjed-e (moskee) Hakim, eindigen we bij de Masjed-e Jameh, met 20.000 m2 de grootste moskee van Iran

Masjed Jameh

Masjed-e Jameh

Na een lunch van ghorme sabzi (lamsvlees gestoofd met groenten, geserveerd met rijst) zwerven we ons een weg terug door de gigantische bazaar naar de Masjed-e Jameh, omdat deze eerder vandaag gedeeltelijk gesloten was ivm gebedstijden. Volgens de Lonely Planet zou je in de afgesloten gedeelten uren moeten kunnen rondzwerven. Na een half uurtje hebben we echter alles wel gezien.

Het is inmiddels vier uur en daarmee zijn de meeste bezienswaardigheden gesloten. Volgens een tapijtverkoper is de Ku (berg) Sofe nog wel de moeite waard. Je kunt hier een stuk omhoog en dat geeft een mooi uitzicht over de stad.
We kopen twee flesjes water en een zak chips en laten ons door een taxi naar de voet van de berg brengen.
Na een wandeling van een half uur, over trappen en paden hebben we inderdaad een prachtig uitzicht over Isfahan bij ondergaande zon. We drinken ons water, eten de chips, en zien dan een pad liggen wat ons nog hoger kan brengen.

Bovenop Ku Sofe, althans, dat dachten we toen nog

Het hoogst haalbare punt van Ku Sofe, althans, dat dachten we toen nog

Het is hier een stuk rustiger dan lager op de berg, maar na enige tijd worden we aangesproken door een meisje en haar vriendin. Haar vriendin heet Mashyane, maar ze spreekt geen Engels. Van haar zelf verstaan we de naam niet. Na drie keer geven we op. Maar zij spreekt vloeiend Engels. Ze vertelt dat Mashyane en zij hier regelmatig komen om te hiken. Hiken?, denken wij, terwijl we over de met degelijke relingen omlijste, stevig bestrate traptreden naar boven lopen. Dit heeft niks met hiken te maken.
Op een gegeven moment houdt de trap op. Het uitzicht is hier nog weidser en het is inmiddels helemaal donker. De stad licht op voor ons.
Tijd om terug te gaan, denken wij. De dames denken daar anders over, kom, we gaan door.
Achter het hekje waar de trap eindigt, begint een soort van pad. Het is niet echt een pad, maar links van ons ligt een steile bergwand, rechts van ons een diepe afgrond en hier kunnen we in ieder geval lopen. Een pad dus.
Zoals gezegd is het inmiddels pikdonker, en met het licht van onze telefoon schuifelen we met één hand aan de bergwand over het paadje, dat soms nog geen meter breed is. Af en toe moeten we een stuk klimmen, en zo nu en dan glijdt er iemand weg over het losse zand.
Hiken dus.
Alhoewel dit niet echt als een goed plan voelt, lijkt Mashyane volledig vertrouwd met de situatie, en als volleerd berggeit leidt ze ons over het pad. Na ongeveer anderhalf uur en een aantal korte pauzes, staan we op zo’n twintig meter van de top. Het pad is nu echt opgehouden, maar Mashyane geeft aan dat we nog wel verder kunnen. Of we dit willen? Ja best, zeggen we, maar het hoeft niet perse hoor, alleen als zij het ook willen.
Na enig overleg in het Farsi wordt ons verteld dat we terug gaan. We houden onszelf voor dat dit hun keuze was, maar eigenlijk denken we dat zij dachten dat wij niet verder durfden. Onzin natuurlijk.

Nu écht bovenop Ku Sofe

Nu écht bovenop Ku Sofe

As we weer beneden staan besluiten we met z’n allen nog wat te gaan drinken. De dames brengen ons naar het eerste gezellige cafeetje, dat wij in Iran tegen komen. We drinken vruchtensap en eten een heel smerige pizza met ketchup en mayo (zoals gezegd, de Iraniërs zijn dol op fastfood, en saus).
Ondertussen vertellen de dames honderduit over hun leven hier, en vragen ons de oren van het hoofd over Nederland.
De Engels sprekende werkt als vertegenwoordiger van wasmachines, studeert daarnaast Engelse literatuur. Ze overweegt het uit te maken met haar vriend, omdat ze denkt dat hij er meerdere vriendinnen op na houdt. In Iran heel gewoon, maar volgens haar niet meer van deze tijd. Mashyane werkt bij een verzekeringskantoor. Beiden zijn ze geïnteresseerd in andere culturen en zouden graag reizen, maar hun salaris staat dit niet toe. In plaats daarvan vragen ze het ons dus maar. Of we denken dat alle Iraniërs terroristen zijn? Want dat vertelt onze overheid ons toch? En of het in de praktijk dan meevalt.
Enorm, drukken we hen op het hart. En dan is het tijd om weer terug naar het hotel te gaan.
Mooi geweest. Welterusten Isfahan.

Onderweg naar Persepolis, 16/10, 11.47

Deze rit is ongeveer 450km lang. Tijd genoeg voor een update van de afgelopen dagen zou je zeggen. Helaas is het zo dat ik zojuist na anderhalf uur typen m’n verslag kwijtraakte op een drempel. Je zult het dus moeten doen met een beknoptere versie.

Eergisteren was onze laatste dag in Isfahan. Na een vroeg ontbijt gingen bezochten we het oude paleis Chehel-e-Sotun (40 zuilen). Hier werden in vroeger tijden recepties en banketten gehouden. De entree hiervan wordt overeind gehouden door twintig ranke houten zuilen. Twintig? Na even navragen, blijken we de resterende twintig in de weerspiegeling in de paleisvijver te moeten zoeken. In plaats van de mozaïeken die we eerder overal zagen, is het paleis volledig versierd met fresco’s. De muren en plafonds zijn bedekt met kleurrijke afbeeldingen van veldslagen en feesten.
Om het paleis heen, ligt weer een prachtige tuin. In retrospect begrijpen we waarom de eerder bezochte tuinen van Fin zo belangrijk zijn, aangezien deze model stonden voor alle later aangelegde tuinen. Zo ook voor deze.

 

Vier van de veertig zuilen van Chehel Sotun

Vijf van de veertig zuilen van Chehel-e-Sotun

 

Wisseling van spijs doet eten: fresco's in plaats van tegeltjes

Wisseling van spijs doet eten: fresco’s in plaats van tegeltjes

Om twaalf uur worden we opgepikt door Saman en Saida, de zoon en dochter van Mahmoud (broer van Sanam).
We zijn uitgenodigd om bij hen thuis te komen lunchen.
Mahmoud’s vrouw heeft aardig uitgepakt, en serveert ghorme sabzi en khorme met rijst en salade. Naar goed Iraans gebruik blijft ze ons opscheppen tot we geen boeh of bah meer kunnen zeggen.
We verplaatsen ons naar de bank, om daar uit te buiken met een glas whisky.
Ondanks dat dit een, relatief, modern huishouden is, is het heel duidelijk wie hier de broek aan heeft. Mahmoud is de koning en als zijn gasten worden wij dan ook flink in de watten gelegd.
Hij vertelt, met Amerikaans accent (heeft ie 8 jr gewoond), honderduit over het leven in Iran, en hoe de revolutie het leven niet makkelijker heeft gemaakt.
Hij werkt nu als onderzoeker en docent aan de universiteit. Maar toen hij net uit Amerika terug kwam, kreeg hij nergens werk omdat de overheid bang was dat hij een westerse boodschap kwam verkondigen.
Saida is enige tijd geleden met een bejubelde scriptie afgestudeerd als klinisch psychologe. Ze zou graag verder studeren in Amerika, maar haar visumaanvraag is onlangs afgewezen. Over een jaar gaat ze het weer proberen.
Saman voetbalde als rechtsback mee in de hoogste competitie van Iran. Nadat zijn club twee jaar geleden het landskampioenschap gewonnen had, is hij er toch maar mee gestopt. De overheid houdt niet van voetbal, waardoor het heel moeilijk is er geld mee te verdienen.
Mahmoud zou z’n vrouw graag een keer mee nemen naar Amerika of Europa. Het is echter vrijwel onmogelijk om als getrouwd stel een vakantievisum te krijgen voor een westers land. Men is bang dat ze er blijven.

Uitgebreide lunch bij Mahmoud

Uitgebreide lunch bij Mahmoud

Na de whisky nemen Saman en Saida ons mee naar een oude Armeense kerk. Één van de weinige katholieke kerken in Iran, en met haar vele fresco’s (nog meer fresco’s) een indrukwekkende verschijning.

Na de kerk brengen Saman en Mahmoud ons rond zeven uur naar de boerderij van Golshan, bij Semirom. Een tocht van twee uur door het pikdonker.
Bij aankomst worden we door Golshan en z’n vrienden verwelkomd met kebabs en arak seggi. De kebabs zijn vers voor ons gemaakt vertelt Golshan, terwijl hij wijst naar een plas bloed in het gras.

Na het eten komt naar Iraans gebruik de opiumpijp op tafel. Onze gastheer vertelt dat voor de revolutie Iran vol stond met papaver, maar dat niemand opium rookte. Na de revolutie heeft de overheid alle planten weggehaald, maar is bevolking massaal opium gaan roken, omdat er weinig lol meer in het dagelijks leven is.
Na een lange, met arak seggi doordrenkte nacht, gaat om een uur of drie het licht uit.

De volgende dag zien we pas hoe mooi we erbij zitten. De boerderij ligt op 2300 m hoogte, en er is in de wijde omtrek behalve bergen en vlaktes weinig te zien.
Als ik op het dak wil klimmen voor een beter uitzicht, word ik tegengehouden door Golshan. Of ik, als ik toch het dak op ga, even z’n geweer mee kan nemen om wat vogels uit de lucht te schieten.
De dag begint dus met een klein stukje jacht in het ochtendzonnetje. Verder vullen we de dag verder met wandelen, motorrijden en uitrusten.

De rest van de dag vullen we schietend en crossend

De rest van de dag vullen we schietend en crossend

Tussen vier en vijf zouden we opgehaald worden om via Yasuj naar Shiraz te gaan. Echter komt van de Iraanse punctualiteit weinig terecht, als tegen negen uur ’s avonds Hutan, Rustam en Sarvar (neef van Sanam) op de boerderij arriveren.
Het is te laat om nog te vertrekken. Daarom besluiten we Yasuj te cancelen en de volgende ochtend direct naar Persepolis te rijden, om daarna in Shiraz te overnachten.
Terwijl de wolven in de bergen de nacht inluiden met hun gejank, komt de arak seggi  op tafel en begint gisteravond weer opnieuw.

Ondertussen zijn we dus samen met Hutan, Rustam en Sarvar onderweg van Semirom naar Persepolis, in de gloednieuwe Peugeot Pars (Perzië) van Ahmed. De Pars is de oude 405 (voor wie de film Taxi gezien heeft, die dus) enigszins ge-update. Gaan hier als warme broodjes over de toonbank. Dure broodjes wel, want net als de andere import auto’s gaat er zo’n 300 procent belasting over, waardoor je voor deze gedateerde auto ongeveer 60.000 euro betaald. Daarvoor krijg je wel een veiligere auto dan de lokale ‘Pride’, die ook heel populair is, maar al meer slachtoffers gemaakt zou hebben dan WO2. Één van de meest recente slachtoffers, een vriend van Ahmed, hangt in grote kleurenprint op onze achterruit.

Inmiddels is het 16.21.

We hebben net geluncht en ik begrijp ondertussen waarom de mannen er gister pas zo laat waren. Alles wat deze gasten doen gaat langzaam en gepaard met het nemen van een heleboel foto’s. Ze bedoelen het allemaal ontzettend goed, maar ondertussen voel ik het leven uit me wegsijpelen.

We hebben een tussenstop gemaakt bij de graftombe van Cyrus in Pasargadae, die weinig indrukwekkend was. Als het goed is zijn we op zo’n vijftig kilometer van Persepolis, dus moeten we het nog wel halen voor zonsondergang. Fingers crossed dat het niet dicht is.

Tot nu toe hebben we geleerd dat Iraanse mannen hurkend wildplassen. Wie weet wat de dag nog meer zal brengen.

17.23

Om voorgaande vraag te beantwoorden; weinig. We zijn bij Persepolis en het is gesloten. Één dag volledig onderweg doorgebracht, op een tochtje van vijf uur.
Betekent dat we morgen 1 dag hebben om Persepolis en Shiraz te bezichtigen. En daarna een trein of bus naar Kerman te pakken. Eens kijken wat we ermee gaan doen..

Kerman, 19/10, 06.23

We zijn zojuist aangekomen in Kerman. Na een rit van 8 uur in een vrij comfortabele nachtbus. Volgens het oorspronkelijke plan zouden we 24u geleden aangekomen zijn.
Hoe dat precies zit?

In m’n vorig mail vertelde ik over Rustam, Sarvar en Hutan, en hoe de rit naar Shiraz ze ons een volledige dag kostte. Een dag die perfect illustreert hoe de weg naar mislukking geplaveid is met goede bedoelingen. Alhoewel de drie eerder genoemde amigo’s geen kwaad in de zin hadden, wisten ze totaal niet waar ze mee bezig waren. Over een rit van vijf uur hebben we uiteindelijk een volledige dag gedaan, zonder bijtijds ons einddoel te bereiken.

Na de mislukte poging Persepolis te bereiken, bezochten we in Shiraz het graf van Hafez (Shiraz staat bekend om haar literaire geschiedenis van schrijvers en dichters). Hafez en Saadi zijn de twee bekendste dichters uit Shiraz. Men zegt, dat iedere Iraniër in ieder geval twee boeken in huis heeft, een Koran en een dichtbundel van Hafez. In de praktijk blijkt dit vaak waar te zijn, maar in omgekeerde volgorde).
Het park rondom de tombe was druk bezocht. Mensen kwamen wat lezen, thee drinken of luisteren naar de gedichten die voorgedragen werden.

De druk bevolkte tombe van Hafez

De graftombe van Hafez, goeie plek voor een familiekiekje

Volgens onze planning zouden we de zaterdagavond naar Kerman moeten, maar om in 1 dag Shiraz en Persepolis te bekijken lijkt een onmogelijke taak. Vandaar dat we besloten afscheid te nemen van onze drie vrienden en onze trip naar Bam uit het programma te schrappen. Op deze manier konden we een dag langer in Shiraz blijven.

Zo staan we de volgende dag om half elf staan uiteindelijk op het busstation om een ticket te kopen voor de nachtbus van zondagavond. Vervolgens pakken we een taxi terug naar Shiraz.
Shiraz blijkt de moeite waard.
De sfeer is hier een stuk relaxter, en mensen zijn vrijer. We komen zelfs zowaar een (1!!) vrouw zonder hoofddoek tegen. Ook zien we hier voor het eerst mensen met zichtbare tatoeages (schijnt eigenlijk verboden te zijn). De stad heeft een rijk cultureel verleden, en er is hier dan ook enorm veel te zien. We vullen de dag met musea, parken en moskeeën en uiteraard bezoeken we de plaatselijke bazaar.

‘S Avonds aanschouwen we een indrukwekkende muharam optocht (Google maar even, is de moeite) waarna we onze zoveelste kebab eten. Voor de spijsvertering beklimmen we nog een berg en daarna gaan we op tijd naar bed.

Zondag zitten we om 7 uur met een broodje op schoot in de auto op weg naar Persepolis. Poging twee.
Om acht uur (openingstijd!) arriveren we, en een uur lopen we samen met een handvol anderen alleen rond in de ruïnes van wat de VN van het Perzische tijdperk wordt genoemd. Hier kwamen vroeger wereldleiders bij elkaar en werden alle belangrijk beslissingen genomen.

Adembenemend Persepolis

Adembenemend Persepolis

Om twaalf uur zijn we terug in Shiraz, en gaan we op ons gemak met een gegrilde kip in het Azadi (vrijheid) park zitten lunchen.
Om twee uur gaan we weer op pad, we bekijken nog een paar laatste bezienswaardigheden en scharrelen tevergeefs rond in de bazaar op zoek naar souvenirs.

We eten een broodje falafel op straat, en halen vervolgens onze bagage op in ons hotel. Om half elf vertrekt de nachtbus die ons naar Kerman moet brengen.

 

Falafel, ofwel streetfood voor gevorderden in Shiraz

Falafel, ofwel streetfood voor gevorderden in Shiraz

En daar zijn we nu dus aangekomen.
Op pad dus!

Hotel Amin, Kerman, 19/10, 21.37

Vanochtend vroeg dus aangekomen in Kerman. Volgens ons oorspronkelijke plan zouden we Kerman gebruiken als uitvalsbasis voor Bam en Kaluts.
Omdat we dag langer in Shiraz zijn gebleven moesten we één van de twee schrappen. Bam is een aantal jaren geleden voor een groot deel door een aardbeving verwoest, daarom hebben wij voor Kaluts gekozen.

Rik voelt zich niet zo lekker. Hij is vanochtend dus in bed gaan liggen, terwijl ik onze dagtrip naar Kaluts en een ticket naar Yazd ging regelen. Dat moest allemaal snel gebeuren, we hebben tenslotte maar 1 dag.
Tijdens het boeken, ontmoet ik een Indonesische jongen, Andan, en hij wil samen met een vriend dezelfde kant op. Zij willen echter ook langs Rayen. We besluiten de krachten te bundelen, om zo de kosten te kunnen delen.
Zo zitten we om half elf met z’n vieren plus een chauffeur in een klein Iraans autootje (een Pride!).

In Rayen staat een kasteel dat meer dan duizend jaar oud is. Volgens de lonely planet ligt dit 11 km van Kerman af. Meepakken dus!
Al gauw blijkt dat de LP het (wederom) bij het verkeerde eind heeft. Na anderhalf uur en meer dan 200 km rijden komen we aan. Geen wonder dat het de vrouw van het reisbureau er zo moeilijk over deed om het voor dezelfde prijs te doen.

Rayen is indrukwekkend vanwege z’n omvang, maar door het enthousiaste restauratiewerk, doet het vooral aan als de Efteling. Jammer maar helaas.
Na een snelle lunch, haasten we door naar Kaluts, wat op zo’n drie uur rijden moet liggen.

Kaluts is een stuk woestijn van zo’n 148 bij 80 km. Ondanks dat het een flink stuk rijden is, is het een populaire bestemming vanwege haar ‘zandgolven’ en kraakheldere nachten die het tot een toeristische trekpleister maken.
Die zandgolven zouden bij zonsondergang het mooist zijn. Gas geven dus.

Onderweg naar Kaluts, het eind van de wereld

In een lange broek onderweg naar Kaluts, één van de warmste plekken op aarde

De zon staat al laag als we er aankomen.
Inderdaad een prachtig gezicht. We blijven anderhalf uur hangen tot het goed donker is en we de sterrenhemel kunnen zien.

 

Op zoek naar een goeie plek voor de zonsondergang

Op zoek naar een goeie plek voor de zonsondergang

 

Gevonden!

Gevonden!

Dan rijden we tweeëneenhalf uur terug naar Kerman. Na een snel bezoek aan de bazaar en een broodje falafel, op tijd naar bed.
Morgen om vier uur op weg, om om vijf uur de bus naar Yazd te halen.
Das pas vakantie!

Onderweg, 12.39, 24/10

Na m’n laatste mail stond ik op het punt om Kerman achter me te laten en de bus naar Yazd te pakken.
Deze keer geen VIP bus, maar de “economic” variant, omdat er op het door ons gewenste tijdstip niets anders reed.
De economic bus blijkt alleszins mee te vallen. Het is een touringcar van het soort waarmee je vroeger op schoolreisje ging. De stoelen kunnen nog enigszins naar achteren, en omdat de bus slechte halfvol zit, kunnen we twee stoelen per persoon bezetten. De rit van vijf uur naar Yazd is hierdoor een eitje, al wordt deze onderbroken door een politiecontrole. Rik en ik moeten uit de bus komen, en worden twintig minuten ondervraagd door twee militairen. Uiteindelijk is ons Farsi en hun Engels te slecht om er wijzer van te worden, en na dit oponthoud arriveren we uiteindelijk om 10 uur in Yazd.

Yazd is een stadje in de woestijn, en blijkt de meest toeristische plek waar we tot nu toe geweest zijn. Vrouwen lopen hier vrijer rond, en alles is net wat losser.
Omdat het onze laatste nacht in een hotel is, zoeken we een wat luxere variant uit in het oude centrum. We installeren ons, en gaan vervolgens op pad.

Zoals gezegd, ligt Yazd in de woestijn en volledig opgebouwd uit mudbrick (in de zon gebakken stenen van modder). Alles is er op gebouwd om aan de hitte te ontkomen.
De muren zijn dik en de ramen klein. De straten zijn ontzettend smal en de de taken getooid met badgirs. Badgirs zijn de voorloper van de airconditioning. Torens met openingen, die gebouwd zijn om ieder zuchtje wind dat langs komt op te vangen en een huis in te leiden. De daken zijn er bol, dit helpt ook om de temperatuur in huis zo koel mogelijk te houden.

Yazd gezien vanaf de daken, met een badgir in het midden

Yazd gezien vanaf de daken, met een badgir in het midden

Dit alles lijkt te werken. Op de open pleinen is het snikheet, maar zodra je de straatjes in loopt, is het eigenlijk heel aangenaam. Hetzelfde geldt voor de temperatuur binnen in de gebouwen.

We proberen een wandeltocht in de Lonely Planet te volgen, maar door de smalle straatjes met hoge muren zit het stadje zo onoverzichtelijk in elkaar dat dit niet echt lukt. Dan maar gewoon op de bonnefooi.
Yazd is van ongeveer één tot vijf uur ’s middags volledig gesloten (soort van siësta) en na een paar uur gaan we daarom terug naar het hotel om daar te lunchen.
‘S Middags lopen we weer rond, en hebben de mazzel dat een paar bouwvakkers ons uitnodigen om bij hun op het dak te komen staan. Dit levert een prachtig overzicht over de stad op.
We vinken een paar beziens(on-)waardigheden af, waarvan het watermuseum wèl de moeite waard is. Het vervallen en met neonreclames versierde gebouw ziet er aan de buitenkant weinig indrukwekkend uit. Echter eenmaal binnen, wordt het ingenieuze systeem van Iraanse qanats goed in beeld gebracht.

De qanats zijn een systeem van ondergrondse tunneltjes, waarmee men tot op de dag van vandaag de woestijndorpjes van water voorziet. Het begint met het lokaliseren van een ondergrondse bron (tot soms wel 100m diep) waar een put naartoe werd gegraven. Vanuit daar groef men dan tunnels om het water naar de dorpen te brengen. Deze zijn soms wel 90km lang, en omdat de stroom wordt aangedreven door de zwaartekracht (geen pompen) moesten de gangen gegraven onder een minimale dalende hoek, zodat ze niet kilometers diep uit zouden komen. Een indrukwekkend systeem, compleet met verdeelkamers waarin de hoeveelheden water per dorp werd bepaald.
Ik vertel de mensen dat wij voor dat soort dingen gewoon links en rechts een molen neerzetten. Kost minder mensenlevens.
Ze zouden er naar gaan kijken.

Aan het eind van de middag gaan we terug naar de bouwvakkers om de zonsondergang vanaf het dak te kunnen bekijken. Hun werkdag zit er al op, maar op een naastgelegen plein is een groep mannen bezig een enorm altaar voor muharam te bouwen. Daar staat ook iemand op de daken foto’s van te maken. Wederom worden we uitgenodigd om het dak op te gaan, en met de oproep voor het avondgebed op de achtergrond zien we de zon achter de bergen zakken.

De ondergaande zon in Yazed, wederom vanaf de daken

De ondergaande zon in Yazd, wederom vanaf de daken

De volgende dag staan we op tijd op om een trip de woestijn in te maken. Achtereenvolgens gaan we langs Karanak, Chakchak en Meydon. Alleen de eerste is echt indrukwekkend. Een dorpje vergelijkbaar met Yazd, maar dan een stuk ouder, vervallen en onbewoond. Volgens de Lonely Planet meer dan duizend jaar oud, volgens onze gids vierduizend. Ze zouden dus zomaar allebei gelijk kunnen hebben.

 

Karanak, in ieder geval duizend jaar oud

Karanak, in ieder geval duizend jaar oud

 

Rik, aan het stunten op het aquaduct van Yazd

Rik, aan het stunten op het aquaduct van Yazd

 

Koekoek in Karanak

Koekoek in Karanak

Rond een uur of twee zijn we terug in het hotel, waar we kamelenstoofpotje lunchen. Tot vijf uur lopen we daarna nog wat rond, om vervolgens na een frisse douche richting het vliegveld te gaan voor onze vlucht naar Teheran.

Golshan en z’n zoon halen ons op, en bij hen thuis worden we weer hartelijk ontvangen met een enorme maaltijd.
Na een paar borrels gaan we naar bed, want morgen gaan we op tijd op naar het noorden te gaan.

Na een snel ontbijt stappen we de volgende ochtend iets na negenen in de auto. Golshan heeft een vakantiehuis in Anzali, in het noorden van Iran. Hier gaan we met z’n allen de laatste dagen van onze vakantie doorbrengen.

Bij aankomst op donderdag, na vijf uur in de auto te hebben gezeten, regent het pijpenstelen. Na de lunch gaan Rik en ik met Bardia langs bij wat vrienden van hem.
Eigenlijk voor het eerst tijdens deze vakantie dat tijd doorbrengen met Iraanse leeftijdsgenoten, zonder dat hun ouders erbij zijn. Het is goed te merken dat de jongere generatie zich nog meer tegen de overheid verzet dan de ouderen die we spraken. Er wordt volop gedronken, en zowel mannen als vrouwen zijn westers gekleed. Ook dragen de vrouwen veel make-up. Dat dit alles behalve de norm is, blijkt iedere keer als de bel gaat. Meteen gaat de muziek zachter, en de deur wordt altijd open gedaan door een man. De vrouwen blijven ook angstvallig weg bij de toch al kleine ramen. Wat binnen gebeurt moet duidelijk binnen blijven.

Khomein airport, Teheran, 02.23, 25/10
Gister m’n verslag niet meer af gekregen, hieronder het vervolg.

Golshans vakantiehuis staat op een soort van compound, met muren afgesloten van de rest van Anzali. Binnen deze muren is het relatief veilig, en buiten kun je zelfs met een korte broek rondlopen. Anzali heeft ook een soort van speciale status, waardoor je hier veel meer buitenlandse (Amerikaanse) auto’s ziet rondrijden.

Anzali ligt aan de Kaspische zee, en die strekt zich inlands uit tot een groot moeras. Omdat zaterdag toch vrijwel alles dicht is i.v.m. muharam, beginnen we de dag hier met een boottocht.
We zijn net op tijd terug om in één van de weinige open marktkraampjes een vis te kopen voor de avond.
Na de markt, gaan we terug naar het huis waar we lunchen, om vervolgens weer naar Bardia’s vrienden te gaan.
We besluiten de dag met een wandeling, en als we terug zijn steekt Golshan de BBQ aan voor de viskebabs die hij gemaakt heeft.

Argeloze visboer die geen idee heeft dat we z'n vis gaan wegspoelen met wodka en absint

Argeloze visboer die geen idee heeft dat we z’n vis gaan wegspoelen met wodka en absint

Met een goed glas wodka gemixt met absint, kijken we terug op de afgelopen twee weken. Wat een fantastische vakantie!

De volgende ochtend rijden we rond negen uur terug naar Teheran. Vandaag en vrijdag bereikt muharam z’n hoogtepunt, en doordat de vele optochten de weg blokkeren komen we pas rond drie uur aan. Na een snelle lunch gaan Rik en ik slapen. Onze vlucht naar huis vertrekt om 3.15 snachts, dus een middagdutje is wel even lekker.

Om acht uur worden we wakker gemaakt voor ons laatste avondmaal. Golshans vrouw heeft nog één keer alles uit de kast getrokken voor ons.

Op tijd vertrekken we naar het vliegveld, waar we nu met ons laatste alcoholvrije biertje zitten te wachten op ons vliegtuig.

 

Nogmaals Karanak

Nogmaals Karanak

 

Helaas is de geheime politie van Iran nog steeds zeer streng en zeer actief. Omdat veel van wat we meegemaakt hebben, onze gastvrije gastheren en –vrouwen niet in dank afgenomen zou worden, zijn alle namen in bovenstaand verslag gefingeerd. Dit is tevens de reden dat ik helaas geen foto’s van onze Iraanse vrienden kan plaatsen.

 

Zonsondergang vanaf de boerderij van Golshan

Zonsondergang vanaf de boerderij van Golshan